Maaike van Langen: Het circus bindt Europa
  • cirko_kuva_kaapo kamu (2)_rajattu
18 september 2015

Pieter Steinz heeft in zijn prachtige werk Made in Europe: de kunst die ons continent bindt zijn meer dan tweehonderd essays over Europese cultuur gebundeld tot een fraai geschreven en ingenieus samenhangend geheel. Van Alvar Aalto tot Rem Koolhaas, van Nijntje en Jacques Brel tot Rubens: het werk toont aan dat Europa meer is dan Brussel, kafkaëske regelgeving en de euro. Steinz wil doorgronden wat typisch Europees is, wat de Europeaan trots maakt. Het resultaat is een indrukwekkende caleidoscoop, die je een inkijkje in de Europese ziel zou kunnen noemen.

Het circus komt in het boek niet aan bod, maar ik durf te beweren dat juist het circus, van nature grensoverschrijdend, de meest Europese aller kunsten is. De laatste decennia is bovendien een ware Europese circusgemeenschap ontstaan. Dat merk ik steeds weer wanneer ik een bijeenkomst van Circostrada bezoek, het netwerk van circusorganisaties met meer dan vijftig leden uit heel Europa. De leden van het netwerk zetten zich in voor circus en straatkunst en ontmoeten elkaar telkens in een ander land of op een ander festival. Waar we ook vandaan komen, allemaal delen we de liefde voor deze wonderlijke, krachtige kunstvorm.

Hoewel het circus al een hele tijd bestaat, krijgt het pas sinds enkele decennia ook van overheden en financiers erkenning als kunstvorm. Wat de circuswereld bindt, is eigenlijk juist het feit dat het circus bij de verdeling van het overheidsbudget voor podiumkunsten in alle Europese landen altijd het kleinste stukje van de taart krijgt. In sommige landen, zoals Frankrijk, is die taartpunt iets groter, terwijl het circus in Nederland nog geen kruimeltje krijgt.

Het is opmerkelijk dat de hoekstenen van het Europese circus verspreid liggen over verschillende landen. Zo heeft Finland een circuscentrum dat beschikt over eigen kantoren, oefen- en voorstellingsruimtes en een residentieruimte voor artiesten. Finland kent een circusinformatiecentrum en subsidie voor circusartiesten, evenals enkele circusfestivals. Maar er is geen circusonderwijs op hogeschoolniveau.

België is een verhaal apart. De cultuurpolitiek wordt gespleten door de taal (de Vlaamse Gemeenschap, de Waalse Gemeenschap en als uitzondering op de regel het Brussels Gewest), en zodoende zijn er het Vlaams Centrum voor Circuskunsten, Vlaamse residentieprogramma’s, meerdere circusfestivals in heel België (waarvan de meeste weliswaar in Vlaanderen) en een Franstalige circusschool in Brussel, die een bacheloropleiding aanbiedt. Daarnaast kent België een apart subsidiekanaal voor de circuswereld, dat gebruikt wordt voor de realisatie van voorstellingen en om het circus op de kaart te zetten.

Nederland kent twee verschillende circusopleidingen op hbo-niveau, maar desondanks geen residentieruimtes of circuscentrum. Ook zijn er geen subsidies specifiek voor het circus. Wel worden in Nederland twee circusfestivals georganiseerd, waarmee wordt gestreefd naar een levendiger en gunstiger klimaat waarin de circuskunsten zich kunnen ontwikkelen en een groter publiek kunnen bereiken.

Is het niet vreemd dat een land wel gelooft en investeert in onderwijs in deze (betrekkelijk) nieuwe kunstvorm, maar afgestudeerde studenten vrijwel geen carrièremogelijkheden biedt? Tegelijkertijd wordt in een ander land een nationaal circuscentrum opgericht (het Finse National Circus Centre), maar niet geïnvesteerd in professioneel onderwijs. Europa is, met andere woorden, een lappendeken van mogelijkheden wat de circuskunsten betreft, en wie in deze sector wil werken (als artiest, docent, festivalorganisator of promotor), moet verder kijken dan de eigen landsgrenzen.

Wie zich heeft ontwikkeld tot professioneel circusartiest, kan dus heel goed in het ene land geboren zijn, zijn of haar opleiding hebben genoten in een ander land en zijn verhuisd naar een derde land om een carrière op de rails te zetten en de kans te krijgen op te treden. Dat scenario lijkt vaak onvermijdelijk, behalve in Frankrijk, waar de ontwikkeling van het circus bij wijze van uitzondering al sinds halverwege de jaren 80 zowel politieke als financiële steun krijgt. Hoewel het uiteraard politieke redenen heeft, vind ik het dan ook gek dat circusgezelschappen worden gepresenteerd aan de hand van het land van herkomst, ook al zijn de artiesten van verschillende nationaliteiten en wonen ze in verschillende landen.

Aan de andere kant zijn in voorstellingen vaak nog altijd typische, traditionele of iconische kenmerken van een bepaald land te bespeuren. Een goed voorbeeld daarvan is de typisch Finse humor in Capilotractées van Elice & Sanja, die in België of Nederland ongetwijfeld anders wordt geïnterpreteerd dan in Finland.

Ik ben er trots op deel te mogen uitmaken van deze fantastische Europese circusgemeenschap. Met anderen die het circus een warm hart toedragen voel ik een sterke verwantschap, die lands- en taalgrenzen overschrijdt. Daardoor voel ik mij Europeaan.

Maaike van Langen is artistiek leider van het Circusstad Festival in Rotterdam. Voor het programma van dit jaar boekte zij twee Finse voorstellingen (Race Horse Company en Elice & Sanja – Cie Galapiat Cirque). In mei was zij met steun van het Fins Cultureel Instituut voor de Benelux in Helsinki te gast op het Cirko Festival en op een bijeenkomst van Circostrada.

Beeld © Kaapo Kamu

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on Twitter

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on Twitter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.