Emma Mether en Johanna Sumuvuori: Op weg naar een ethischere journalistiek
  • journalismworkshop-brussels2
29 november 2016

Foto: het Fins Cultureel Instituut voor de Benelux / Jaakko Uoti

 

Een verslag van de journalistiekworkshop “Interpreting Crisis: Reporting on Migration, Asylum Seekers and the Syrian Conflict”, maandag 24 oktober 2016, EFJ, Brussel.

Op 24 oktober 2016 vond in het internationale mediacentrum van de Europese Federatie van Journalisten (EFJ) in Brussel een journalistiekworkshop plaats, met als thema de verslaggeving over vluchtelingen. De workshop werd georganiseerd door het Fins Instituut in Londen en het Fins Cultureel Instituut voor de Benelux, in samenwerking met de Finse evangelisch-lutherse zending FELM, The Media Diversity Institute en de EFJ. De deelnemers waren journalisten uit verschillende landen.

De workshop greep terug op twee rapporten: de mediastudie Vluchtelingen en asielzoekers in dagbladen van het Fins Instituut in Londen en het Fins Cultureel Instituut voor de Benelux (januari 2016) en het rapport Syria in Global Media van FELM (2015-2016).

Doel van de workshop was het op gang brengen van een debat over de uitdagingen waarop journalisten stuiten wanneer zij rapporteren over migratie, vluchtelingen, asielzoekers en conflicten. Er werd gediscussieerd over de beginvoorwaarden en domino-effecten van journalistiek. Ook journalistieke uitdagingen en de aanpak van de zogeheten ‘vluchtelingencrisis’ in de pers kwamen aan bod. De centrale vraag was op welke manieren vluchtelingen en asielzoekers in de media worden afgeschilderd, en of een ethische, veelzijdige journalistiek met betrekking tot de situatie in Syrië mogelijk is.

 

Samenvatting van centrale kwesties in de workshop

 

Partijdigheid

Een van de grootste uitdagingen die journalisten tijdens hun werk in conflictgebieden tegenkomen, is het behoud van objectiviteit. Het streven naar objectiviteit kan ook persoonlijke veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. Verslaggeving vanuit een conflictgebied houdt bijna altijd in dat gewerkt wordt met de steun van een van de betrokken partijen. Freelancejournalisten die geen samenwerkingspartners kiezen, valt gemakkelijk het wantrouwen van beide partijen in het conflict ten deel, wat het nog moeilijker maakt om het vertrouwen van informanten te winnen.

Een andere factor van belang is het feit dat mediaconcerns reportages vaak rechtstreeks van freelancers kopen, en geen eigen medewerkers naar conflictgebieden sturen. De positie van de freelancer is een onzekere en gevaarlijke. Ironisch genoeg tonen de partijen in een conflict meer respect voor de werknemers van grote mediaconcerns dan voor freelancers, die zich in een kwetsbaardere positie bevinden. Een belangrijke vraag is dan ook hoe in de toekomst beter kan worden omgegaan met deze uitdagingen op het gebied van veiligheid en vertrouwen.

 

‘Een Europese crisis’

Uit het rapport van FELM blijkt dat de verslaggeving rond de situatie in Syrië zich voornamelijk richt op terrorisme en conflicten, waarbij de geïnterviewden bijna uitsluitend mannen zijn. Aanzienlijk minder ruimte is er voor nieuws over vredesonderhandelingen en humanitaire hulpverlening, en ook vrouwen en kinderen komen veel minder vaak aan bod. Dat leidt logischerwijs niet tot een realistische weergave. Dagbladen hebben de neiging het conflict in Syrië te benaderen vanuit een eurocentrisch perspectief, waarbij het conflict wordt afgeschilderd als een crisis die Europa bedreigt. De ‘vluchtelingencrisis’ wordt, net als een economische crisis, gezien als een bedreiging voor het vreedzame Europa. Het gevolg is dat het humanitaire perspectief vergeten wordt en mensen in nood een massa zonder gezicht blijven, die men zich niet kan voorstellen als een deel van een vreedzame samenleving als de onze.

De media hebben een aanzienlijke invloed op de algemene opinie en het maatschappelijke debat, wat de verantwoordelijkheid van journalisten nog eens vergroot. Hoe kan een humanere en realistischere manier van verslaggeving worden bereikt?

Syrische journalisten worden nauwelijks in dienst genomen of geconsulteerd bij de verslaggeving rond de oorlog in Syrië, wat het eurocentrische of westerse perspectief nog eens versterkt. Plaatselijke journalisten zien zich geconfronteerd met vele vooroordelen: van hen wordt gedacht dat zij de spreekbuis zijn voor de propaganda van een van de strijdende partijen. Plaatselijke journalisten bezitten echter betere kennis van de plaatselijke cultuur en zijn beter in staat de ervaringen van slachtoffers van het conflict te begrijpen. Hoe kan de rol van plaatselijke journalisten worden vergroot en hoe kunnen zij worden betrokken bij de verslaggeving rond hun eigen land?

De media-ethiek stuit op uitdagingen in de verslaggeving over Syrië. Traditionele ethische normen en morele conventies worden meer dan eens vergeten. Dat is een gevolg van de nieuwe openheid en directheid, die zich onder andere uit in haatberichten op sociale media. Hoe kan worden gegarandeerd dat de journalistiek zich houdt aan ethische standaarden?

 

Voorgestelde oplossingen van de workshop

 

Uit de discussies tijdens de workshop in Brussel kwamen enkele voorstellen voort om de hiervoor genoemde kwesties aan te pakken.

Allereerst is de solidariteit onder journalisten van levensbelang voor onderling begrip en professionele samenwerking. Solidariteit betekent in dit verband de zorg voor veiligheid en een grotere openheid, wat ook de kwaliteit en volledigheid van de verslaggeving ten goede komt. Daarnaast verlaagt samenwerking de drempel om die samenwerking uit te breiden tot plaatselijke journalisten. Het ontwikkelen van een brede samenwerking tussen journalisten zou tevens samenwerking met ngo’s vereisen.

Ten tweede zouden redacties de ethische kant van de zaak duidelijker naar voren moeten brengen. Ethische richtlijnen zijn in de journalistiek ruimschoots voorhanden. Het probleem is dat deze richtlijnen in de verslaggeving vaak terzijde geschoven worden, zoals blijkt uit de rapporten die werden behandeld in de workshop. Het proces van verslaggeving dient transparant gemaakt te worden, zodat ook een discussie over ethiek mogelijk wordt. Controle en evaluatie van het proces kunnen aansporen tot een betere opvolging van de ethische richtlijnen in de journalistiek. Het uiteindelijke doel is een nieuw model voor crisisverslaggeving.

Ten slotte werd in de workshop geconcludeerd dat al in het basisonderwijs meer aandacht moet worden besteed aan media-educatie. Uiteindelijk is dat mede afhankelijk van maatschappelijke besluitvormers, die invloed kunnen uitoefenen op overheidsplannen voor zowel het basis- als vervolgonderwijs. Hoewel het doel is dat journalisten zich de ethische richtlijnen eigen maken, kan niet worden verwacht dat iedereen daar genoeg mee bekend is. Professionele samenwerking komt snel tot stand, maar daarnaast dient er ook voor te worden gezorgd dat het publiek leert de media kritisch te benaderen.

 

 

Emma Mether, stagiaire, Fins Cultureel Instituut voor de Benelux

Johanna Sumuvuori, hoofd maatschappelijk programma, Fins Instituut in Londen

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on Twitter

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on Twitter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.